Groeten uit de Rimboe

groetenEind jaren ’90 bedachten vier televisiebreinen dat het opsluiten van een groep doodgewone mensen in een huis vol camera’s interessante televisie zou opleveren. De rest is bekend. Het succes van Big Brother veroorzaakte een stortvloed aan reality-series, de een nog gekker dan de ander. Mensen vinden het leuk, zo bleek (als ook eerder al was gebleken), om een kijkje in andermans levens te nemen. Vooral programma’s waarin bijzondere mensen (sterren) in hun dagelijkse leven worden gevolgd, en die waarin gewone mensen in extreme situaties worden geplaatst, werden populair. Het ‘extreme’ in dat laatste soort werd dan ook steeds extremer, waardoor deze programma’s vaak niet meer dan sensatiezoekerij leken. De SBS 6-serie Groeten uit de Rimboe is hier een goed voorbeeld van.Gezinnen uit de Benelux, in de waan gebracht dat ze op vakantie gaan, worden daarin neergezet bij een inheemse stam in Afrika, Azië of Zuid-Amerika. De grap is duidelijk: Westerlingen verwachten een luxueuze vakantie cadeau te krijgen, maar komen in werkelijkheid op een allerminst aantrekkelijke plek terecht, namelijk middenin de rimboe. Europeanen die het zonder wc moeten doen en zonder douche, die in stronthutten op de koude vloer moeten slapen, moeten eten wat de plaatselijke pot schaft, en moeten samenleven met hun nieuwe gastheren, inheemse stamleden. Het afgrijzen op aankomst veroorzaakt grote hilariteit bij de kijker.

Maar vervolgens komen ook aspecten van kolonialisme en Oriëntalisme om de hoek kijken, en is het voor de kijker een pijnlijke gewaarwording om te zien dat in Groeten uit de Rimboe veel stereotypische beeldvorming gebruikt wordt. Absurd feit is dat de Vlaamse versie van de serie schaamteloos ‘Toast Kannibaal’ werd genoemd. De inheemse stammen fungeren binnen het programma dan ook vaak als vreemde ‘ander’, waartegen de (blanke) Europeanen kunnen worden afgezet als ‘normaal’. Daarnaast wordt duidelijk de oppositie tussen natuur/cultuur gemaakt, of liever gezegd: natuurlijk/onnatuurlijk. De stamleden staan zogenaamd dicht bij hun natuur, wat onder andere visueel duidelijk wordt gemaakt in het introductiebeeld van het programma. Tegen de achtergrond van een bliksemachtige lucht zien we de zandkleurige letters van het programma, omringd door dichtgroeiende (exotische) planten, terwijl we dierengeluiden en ‘inheemse muziek’ horen. Hier recht tegenover worden de Nederlanders geplaatst. De gezinnen die in 2005 meededen aan het eerste seizoen van Groeten uit de Rimboe, namelijk de Nederlandse gezinnen Massing en Rentier, en het Vlaamse gezin Bierkens, werden in hun introductiefilmpjes duidelijk afgeschilderd als respectievelijk: te ver doorgeslagen in hun luxe en dus ongezond (hint: ze lusten geen water); te rijk oftewel verwend; en zwak en bang voor alles en dus mietjes.

Opvallend is ook dat deze introducerende beelden van de Europese gezinnen worden afgewisseld met beelden van de stamleden, die recht in de camera kijkend vertellen hoe het er bij hun aan toe gaat. Hierdoor lijkt het alsof dit de graadmeter wordt om de doorgeslagen Westerlingen te gaan beoordelen en vaak ook belachelijk te maken. Naast het feit dat wij als Nederlandse kijker naar ‘onszelf’ kunnen kijken en ons mogelijk identificeren met de gezinnen, wordt er op deze manier dus ook een kritische afstand gecreëerd. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de twee Nederlandse gezinnen uitersten van de Nederlandse samenleving vertegenwoordigen: ordinaire Hagenezen en Hilversumse rijke stinkerds. Door dit gegeven kunnen we als kijker misschien ook meegaan in de ridiculisering van de gezinnen, zonder ons persoonlijk aangevallen te voelen. De domheid en onwetendheid van de Westerlingen, in plaats van die van de niet-Europeanen, gaan centraal staan, en het is ook hun domheid die voor een komisch effect zorgt. Zo barstte de Vlaamse Bram Bierkens op aankomst bij zijn gastheren de Tamberma in Togo in tranen uit, omdat hij ‘met zo’n (dieren)staart moest zwieren’, en vragen de Massings zich in plat Haags accent af of München misschien in China ligt.

Deze ridiculisering van de Westerse gezinnen maakt echter niet dat de freakshow-achtige behandeling van de inheemse stammen minder schrijnend wordt. Want in plaats van om de ontmoeting en het verkennen van andere culturen draait Groeten uit de Rimboe op veel momenten puur om de schokreactie van de kijker, en dit vaak ten koste van de ‘inboorlingen’. Als in het koloniale verleden is het doel van de beelden dan om de Europese kijker te tonen wat voor barbaarse gebruiken de ander er op na houdt, hoe onwetend het Nederlandse of Vlaamse vergelijkingsmateriaal dan ook mag zijn. De rimboe is een plek om Europeanen te plaatsen, een perfect ‘extreme situatie’ om een reality-programma te situeren. Waar het om draait is het plezier van de kijker thuis, en overduidelijk niet om de stamleden.

GroetenIn het vervolg van het eerste seizoen van Groeten uit de Rimboe, getiteld Groeten Terug, konden we zien hoe een aantal van de stamleden op bezoek gingen bij hun voormalige Nederlandse gasten (het Vlaamse gezin Bierkens kwam in deze reeks niet voor). Wederom begon dit weinig verrassend: we zagen hoe de Afrikanen bang waren voor de televisie en de trein voor een slang aanzagen. De boodschap was dat ‘inboorlingen’ niets snappen van de moderne Westerse wereld. Maar verderop in de aflevering gebeurde iets interessants. Op aankomst in Nootdorp toonde vader Hans Massing de Chief van de Himba-stam zijn huis. Zonder een gemeenschappelijke taal of tolk begreep Hans dat zijn gast onder de indruk was van zijn bakstenen huis, terwijl Chief eigenlijk aan Hans’ mannelijkheid twijfelde, gezien zijn gastheer kennelijk geen enkel stuk vee bezat, de graadmeter van mannelijkheid in Namibië. Hans ging er van uit dat zijn huis superieur was ten opzichte van dat van de Himba, en dat dit erkenning zou krijgen. In werkelijkheid toonde Hans echter slechts zijn eigen gebrek aan inzicht en dus zijn (misplaatste) superioriteitsgevoel aan, met een komische werking voor de kijker als effect, die dankzij ondertiteling de hele miscommunicatie kan volgen. De Himba vertelden elkaar ondertussen dat het huis pijn deed aan hun ogen.

Deze gebeurtenis deed denken aan een moment in Afrika, waar Monique Massing een fles parfum aan de Himba-vrouwen cadeau wilde doen. In haar onwetendheid kon ze zich niet voorstellen dat deze Namibische vrouwen niet aan de geur van bloemen en alcohol gewend zijn, en realiseerde ze zich dan ook niet dat de Himba allerminst gecharmeerd waren door deze reukstof, die zij, zo begreep alleen de kijker, voor leeuwenpis aanhielden. Terwijl Monique dacht bedankt te worden voor het cadeau, werd ze in werkelijkheid gevraagd waarom ze zoiets vreselijks zou doen. Wellicht zijn de Afrikaanse Himba-vrouwen dom omdat ze niet zouden weten wat parfum is, maar in dit stuk gaat de komedie ten koste van Monique. Het idee van gelijkheid dat tussen de Nederlanders en de Afrikanen ontstaat, vormt zich dus vooral om taal en communicatie. Zowel de Europese als de niet-Europese talen worden op momenten voor de kijker ondertiteld, maar wat gedurende de duur van de bezoeken gezegd wordt blijft voor de ander vrijwel altijd een raadsel. Belangrijk hierbij is ook dat de niet-Europeanen de kans krijgen de zo ‘ontwikkelde’ Westerse wereld belachelijk te maken om haar soms vreemde gebruiken.

Wat dus gebeurt in zowel Groeten uit de Rimboe als in Groeten Terug is dat de Europeanen en niet-Europeanen op gelijke voet worden gesteld door hun wederzijdse onwetendheid over de ander. Weliswaar houden de Nederlanders en Vlamingen de stamleden aan voor Indianen en suggereren ze dat hun gastheren geen normen en waarden hebben; de Afrikanen denken evengoed dat witte huiden besmettelijk zijn. Op verschillende manieren worden steeds parallellen getrokken tussen de gasten en gastheren, en de conclusie is dat beiden meer op elkaar lijken dan ze zich realiseren, en dat geen van beiden echt goed in staat is om te gaan met iets vreemds. Iedereen ervaart de ander (noodzakelijkerwijs) vanuit zijn eigen positie, en gecombineerd met onwetendheid en een gebrek aan openheid naar het vreemde vormt dit het recept voor misscommunicatie en onbegrip.

Een ander mooi voorbeeld van dit gebrek aan inzicht vond plaats tijdens een bezoek van de Mentawai aan Amsterdam, door hun gastheer en -vrouw Ton en Mieke Rentier georganiseerd. De Rentiers, druk bezig hun buitenlandse gasten de heerlijkheden van Nederland te tonen, vergaten het kolonialistische verleden waarvan ook de Mentawai-stam slachtoffer werd. Het was dan ook een pijnlijk moment toen deze vroegen of het VOC-schip van het Scheepvaartmuseum dezelfde was die gebruikt was om hun voorouders te vermoorden. Wat dit voorbeeld ook illustreert is dat ons heden, inclusief ons vermaak, nooit onafhankelijk kan staan van de machtsrelaties van ons verleden. Programma’s als Groeten uit de Rimboe kunnen dan ook nooit in complete neutraliteit bestaan. Wanneer een Nederlandse productiemaatschappij besluit naar Afrika of Indonesië te gaan om te kijken wat er gebeurt als twee culturen elkaar ontmoeten, kan deze dan ook niet ontsnappen aan het idee van rijke (blanke) Westerlingen die de andersheid van een volk gebruikt om een amusant televisieprogramma te maken. Het is immers ook deze Westerling die uiteindelijk de macht over de beeldvorming van dit volk bezit. Groeten uit de Rimboe is niet alleen het sensatiebeluste programma dat je misschien van ‘campingzender’ SBS 6 zou verwachten. Het bevat wel degelijk verschillende betekenislagen, en naast dat het goed en leuk in elkaar zit, kan het ook een interessante vraag voor de kijker zijn welke rol hijzelf inneemt in de uitwisseling. Toch moet ik vaststellen dat de mogelijk kritische lading te subtiel is om het Oriëntalistische en stereotypische karakter helemaal goed te maken, en zal Groeten uit de Rimboe op veel momenten dus toch een pijnlijke kijkervaring opleveren.

Labels: ,
Posted at 20:31 • 2 Comments

2 Responses to “Groeten uit de Rimboe”

  1. Patrick says:

    Mooie analyse van dit op zich grappige programma.

    De vraag is altijd in hoeverre je het leven van stammen als de de Himba’s en de Samburu beïnvloed als je ze confronteert met westerlingen. Dat geldt ook, of meer nog, bij het organiseren van toeristische tripjes naar deze stammen. Het meest schrijnende voorbeeld is wat er bij de lipschotelstam, oftewel de Mursi stam gebeurt.

    Het is daarom aan te raden om voor het bezoek aan deze stammen een reisorganisatie uit te kiezen die duurzaam met de lokale bevolking omgaat.

  2. Elina says:

    Bedankt voor je comment Patrick!

Leave a Reply